Wilskracht: een kwestie van trainen of willen?

WilskrachtVolgens de Amerikaanse psycholoog Roy Baumeister werkt wilskracht als spierkracht. Je kunt ze sterker maken door oefening en beide nemen af bij overbelasting. Daarmee deelt hij de visie van veel psychologen: wilskracht is een eindige bron die op kan gaan als iemand er teveel van gebruikt. Psycholoog Michael Inzlicht, professor aan de Universiteit van Toronto, betwist deze theorie, zo las ik zaterdag in de Volkskrant. Zijn onderzoeksteam denkt dat wilskracht meer te maken heeft met geloof in je wilskracht, met minder moeten en dingen doen die je zelf de moeite waard vindt.

Is wilskracht de sleutel tot succes?

Ik zal eerlijk zijn: Baumeisters boek ‘Wilskracht’ staat in mijn boekenkast, een beetje verstoft en half gelezen. Ik heb het halverwege opzij gelegd. Misschien had ik niet genoeg wilskracht om het helemaal te lezen? Aan het onderwerp ligt het niet. Als coach ben ik geïnteresseerd in theorieën en gedachten over hoe je je doelen bereikt, beter presteert en minder stress ervaart. Onderwerpen waar veel mensen mee worstelen en die in veel coachgesprekken aan de orde komen. Nee, aan het onderwerp lag het niet. Het was meer dat ik me er niet helemaal in kon vinden. Baumeister hangt wel erg veel op aan zelfbeheersing en wilskracht. Zonder wilskracht geen succes en prestaties, lijkt het wel. Hoe zit het bijvoorbeeld met sociale omstandigheden?

Wilskracht: een beperkte hulpbron?

Wie herkent deze situatie niet: na een lange dag werken zit je in de trein op weg naar huis. Je bedenkt je dat je eigenlijk nog moet sporten vanavond. En de financiën had je ook al lang moeten doen. Kortom: je hebt een waslijst met ‘moetjes’. Thuisgekomen plof je op de bank, moe en uitgeblust. Volgens Baumeister is op zo’n moment je wilskracht ‘op’. Je kunt je voorraad wilskracht weer op peil brengen door je glucosevoorraad aan te vullen. Want je hersenen verbruiken glucose.

‘Moeten’ vervangen door ‘willen’ …

Inzlicht en zijn team bestrijden deze theorie en stellen dat we moe worden van te veel moeten. Een opvatting waarin ik me meer kan vinden dan in die van de beperkte hulpbron. Volgens Inzlicht is het makkelijker om dingen te doen die je graag wilt doen, ook als je moe bent. “De sleutel tot zelfbeheersing is om de positieve en plezierige kant te zien van je (dagelijkse) activiteiten,” aldus Inzlicht. Natuurlijk lukt dat niet bij alle verplichtingen en taken, erkent hij. In dat geval is het goed om een gebrek aan motivatie te compenseren met mentale pauzes om op te laden. Bijvoorbeeld door dingen te doen die je leuk of belangrijk vindt en die je energie geven. Een andere tactiek is om verleidingen uit de weg te gaan als je tegen een taak aanhikt.

Geloven in je eigen wilskracht

In 2010 toonde de Zwitserse psychologe Veronika Job ook al aan dat suiker misschien weinig te maken heeft met het opraken van wilskracht. Uit haar onderzoek bleek dat alleen mensen die geloven dat hun voorraad wilskracht beperkt is, minder gaan presteren na een uitputtende taak of zware periode. Haar collega Inzlicht stelt dat we moe worden van langdurige en eentonige taken, omdat onze motivatie en focus dan afnemen. De wilskracht neemt niet af, maar onze prioriteiten zijn verschoven. 

Zoek de ‘wil’ 

Volgens Inzlicht is de clou dus om iets wat moet, om te zetten in iets wat we zelf willen of interessant vinden. Met sporten en gezond eten werkt het inderdaad zo voor mij. Ik doe al jaren een aantal keer per week aan karate. Dat kost me over het algemeen geen moeite, want ik vind het leuk om te doen. Toen ik acht jaar geleden een nieuwe sport zocht – de aerobics en steps was ik meer dan beu – heb ik verschillende proeflessen gevolgd. Net zolang tot ik iets vond wat ik leuk vond én in de buurt was. En dat ik de laatste weken zonder moeite erg gezond eet, is niet omdat ik vind dat ik moet afvallen, maar omdat ik goed voor mijn lichaam wil zorgen. Positieve motivatieredenen dus.

Wat kun je nog meer doen?

Iets ‘willen’ in plaats van ‘moeten’ is een goede start om iets gedaan te krijgen. Maar je kunt nog meer doen:

  • Richt je op één doel tegelijk.
  • Formuleer dat doel positief, in termen van wat je wél wilt.
  • Je doel moet specifiek, haalbaar en meetbaar zijn. Wie, wat, wanneer, waar en hoe? En waaraan kun je afmeten, zien of merken dat je je doel hebt bereikt?
  • Zet een realistische termijn. Bepaal eventueel subdoelen als het een groot project of plan is.
  • Je moet controle hebben over het resultaat, een actieve rol (kunnen) spelen. Wil je bijvoorbeeld meer sociale contacten, concentreer je dan op wat jij zou kunnen doen. Hoe moet jij beginnen en hoe zorg jij dat je het volhoudt?
  • En tot slot: neem de eerst stap!

Bronnen en meer lezen

 
Foto: Jen Gallardo 

Leave a Reply